Haaktips

Haak tips

  • Lees een haakpatroon altijd helemaal door. Dan weet je of het patroon helemaal compleet is. Niets is vervelender dan dat je bijna klaar bent en net die laatste bladzijde of belangrijke informatie mist. Bovendien weet je dan welk onderdeel van je project je wanneer nodig hebt. Bij de meeste (oudere) haakpatronen begin ik altijd aan het einde. Daar staan de accessoires en andere kleine onderdelen. Zoals armen en benen, daar heb je er ook vaak meerdere van nodig.  Je kan deze het beste éérst maken. Kan je ze gelijk mee vast haken in plaats van, achteraf vastnaaien. Er staat veelal wel vermeld bij welke toer je het vast kan maken;
  • Als je een patroon of in een patroon iets voor de tweede keer maakt gebruik dan een andere kleur pen of potlood om te turven;
  • Gebruik meerdere kleuren steekmarkeerders, zo weet je altijd welke de hoofd-markeerder is;
  • Haak een dun draadje mee. Als je dan een stukje uit moet halen weet je altijd hoeveel toeren dat waren en waar je gebleven bent;
  • Onder het haken word je haaknaald nog wel eens stroef en dan gaat het piepen. Heel vervelend geluid, maar het haakt ook niet meer heel soepel….Dat komt door het garen en het materiaal waar de haaknaald van gemaakt is. Geen man overboord, je hoeft je haaknaald niet gelijk weg te gooien of een nieuwe te kopen. Echt niet. Er is een hele simpele truc die je altijd bij je hebt en kan gebruiken. Haal de haaknaald met het gedeelte waar de haak zit éven door je haar. Tel even tot tien terwijl je de haaknaald heen en weer beweegt. Zo word je haaknaald weer een beetje vetter en kan je zonder gepiep weer verder;
  • Draadjes wegwerken, bah, wat een werk is dat altijd. En in veel gevallen niet altijd even makkelijk. Het steeds insteken van het draad-uit-einde in de stopnaald, de moed zakt me al in de schoenen. Daar heb ik iets op gevonden: “Haak de draadjes die over zijn gelijk mee.” Met een maximum van 3 tegelijk, anders word het te dik. Dan zit het stevig ín je werk en je ziet er aan het einde helemaal niets van. Zeker bij een kleur wissel, geeft het extra stevigheid, maar vooral gemak;
  • Ik ben dol op strepen zetten. Zeker op een haakpatroonblad. Zo kan je altijd in een oogopslag zien waar je bent gebleven (en hoeveel je al gedaan hebt!). Tijdens het doorlezen van je haakpatroon, zie je al heel snel of er toeren zijn die je meerdere malen mag gaan haken. Veelal staan die toernummers er net niet bij.
    Bijvoorbeeld: Toer 6-11 Haak 30v
    Schrijf die toernummers er alvast zelf bij. Ben je bij dit onderdeel, dan hoef je alleen nog maar de strepen te zetten. Bijvoorbeeld: Toer 6-11 Haak 30v 6 7 8 9 10 11
    Hoe fijn en efficiënt is dat?!;
  • Tellen is het aller belangrijkste in het haken. Dit doe je bij elke toer of rij opnieuw. Bij grotere getallen zoals 7 en hoger, is het nog wel eens lastig om de tel bij te houden. Er lopen nog meer mensen (of kinderen) in huis. Bij mij wel in ieder geval. Of tijdens die spannende film/serie is het lastig je hoofd bij beide dingen te houden. Maak dan gebruik van de vele (in verschillende kleuren steekmarkeerders die je hebt. Tel alle steken uit die je moet doorlopen voor die toer of rij.
    Bijvoorbeeld: de toer is als volgt: Haak 7v, 2v in de 8e v. Dan weet je bij elke 8e v moeten er 2 vaste in. Steek de steekmarkeerder ín de 9e vaste. Dan weet je vóór de steekmarkeerder moeten er 2v in die steek. Dit kan je natuurlijk ook toepassen bij het samenhaken van de vaste ?;
  • Je kan een hoofd-steekmarkeerder gebruiken. Maar je kan ook een dun draadje meehaken met je toeren. Op die manier kan je ook goed zien waar je toer begint. Of in het ergste geval tot waar je je werk moet uithalen…..